Geschiedenis

Al is er niets meer van te zien, het pand was in het verleden een kazerne van de Koninklijke Marechaussee.
Met behulp van het Ministerie van Defensie en het Museum der Koninklijke Marechaussee uit Buren is het ons gelukt om wat informatie uit het verleden naar boven te brengen.
Wij willen deze instanties hartelijk bedanken voor hun inzet.

In Nieuwolda was reeds in 1890 sprake van een militaire eenheid voor de orde en rust, namelijk een detachement Huzaren, deze werd later afgelost door een detachement Infanterie aangevuld met 3 Rijksveldwachters.
Deze periode duurde van 1890 tot 1892.

Eind 1892 werden de Rijksveldwachters vervangen door een Detachement Koninklijke Marechaussee, dit detachement werd op 1 november 1894 omgezet in een brigade Koninklijke Marechaussee.

Deze brigade was op 1 mei 1940 nog intact. Op 1 mei 1943 was de reorganisatie van het politieapparaat in Nederland op last van de bezetter.
De “Marechaussee” werd ondergebracht bij Justitie en vanaf 5 juli 1940 als burgerpolitiekorps aangemerkt. De bestaande brigades werden opgeheven.
Reeds in een eerder stadium (25 juli 1940) had de bezetter het voeren van het predikaat “Koninklijke” verboden.

Als brigadecommandant vanaf 1895 worden genoemd:
1895 Jansen
1896 Boogaard
1900 Boeding
1905 Geel, van
1912 Valk, van der
1921 Daling
1925 Pot
1935 Kazius
1940 Rauwerda

In de loop van 1947 werd het Wapen weer opnieuw georganiseerd en kwam de brigade Nieuwolda onder commando van de wachtmeester T. Doddema, woonachtig in de marechausseekazerne.

Reeds in 1950 is er weer een nieuwe commandant, namelijk wachtmeester H. Dekker, woonachtige in de marechausseekazerne.
In 1952 wordt als brigadecommandant genoemd: opperwachtmeester K.J. van de Dolder, wonende aan de Hoofdstraat 87 te Nieuwolda.

Hij blijft brigadecommandant tot de sluiting van de brigade op 1 oktober 1954.

De Koninklijke Marechaussee was tot de opheffing gehuisvest in een nieuw gebouwde huurkazerne van de gemeente aan de Kazernelaan te Nieuwolda (nu Hamrikkerstraat / Hoofdstraat) sinds 15 januari 1895.
Hiervoor hadden ze een onderkomen in een gebouw aan het Kattendiep.

In 1955 werd het pand verbouwd tot bejaardentehuis. Helaas is alles achter de nieuwe muren verdwenen. Men zegt dat de oude kazerne er voor het grootste gedeelte nog achter zit.

Dit is in het kort de geschiedenis van het pand en nu begrijpt U ook meteen waarom wij onze bed & breakfast ‘De oude kazerne’ hebben genoemd.

Het volgende stuk komt uit een krant. Naam van de krant en datum zijn niet bekend.

Ook een negental – gerieflijke – aparte woninkjes

De marechausseekazerne aan de Hoofdstraat te Nieuwolda heeft plaats moeten maken voor een ander gebouw met een ook geheel andere bestemming. Het dorp is daar nu een modern ingericht bejaardentehuis rijker geworden, plus bovendien nog negen aparte en zeer gerieflijke woninkjes voor oudere echtparen. Drie van deze huisjes vormen min of meer één geheel met het pensiontehuis. De andere staan er achter, in twee blokjes van drie.

OORSPRONKELIJK ANDERE PLANNEN

Er hebben van gemeente wege oorspronkelijk andere plannen bestaan voor het stichten van een, uit de aard der zaak wat bescheiden opgezet, bejaardencentrum. Eerst is overwogen dit te doen in het uitbreidingsplan. En ten aanzien van de kazerne (per 1 oktober ’54 werd de brigade van de kon. marechaussee opgeheven) gingen de gedachten aanvankelijk uit naar verandering van dit gemeentelijke gebouw in gewone woningen.
Dit kon evenwel geen doorgang vinden bij de provinciale directie van de wederopbouw en volkshuisvesting. Van die zijde werd toen de suggestie gedaan het uit 1895 daterende gebouw met de daarbij behorende opstallen te veranderen in een tehuis voor bejaarden. Weliswaar stond het gemeentebestuur er eerst sceptisch tegenover, doch deze kans is toch niet onbenut gelaten. Er is nu niet alleen een tehuis, maar er zijn ook aparte bejaardenwoningen gekomen.
Onder architectuur van de heer J.J. Smith te Uithuizen is de restauratie van de kazerne op zeer radicale wijze geschied. Zo zelfs dat eigenlijk niets meer herinnert aan de situatie van weleer. Er staat nu een ruim nieuw gebouw, dat ongeveer half april klaar zal zijn. Met daaraan verbonden – aan een kleine zijvleugel – drie aparte woninkjes voor bejaarde echtparen en dan nog de andere zes, die verder naar achteren, aan de Kazernelaan staan.

RESULTAAT MAG GEZIEN WORDEN

Wat te Nieuwolda een gemeente met relatief veel inwoners van 65 jaar en ouder, op dit gebied tot stand gebracht is, mag gezien worden.
Het pensiontehuis is, zoals gezegd, nog niet helemaal gereed, maar het is niet moeilijk al vast te stellen, dat hiermede een keurig stuk werk is geleverd in het belang van een goede bejaardenzorg. Het tehuis bevat naast een zitkamer en een slaapvertrek voor degene(n), die met de leiding is (zijn) belast, onder andere een eet- en recreatiezaal voor de bewoners en negen zit-slaapkamers, waarvan één eventueel bestemd voor een aan te trekken personeelslid. Verder een keuken en bijkeuken, schuurruimte, een speciale provisiekelder en een grote zolderruimte. Op de bovenverdieping is nog een aparte douche- en badgelegenheid (de zit-slaapkamers hebben alle een vaste wastafel) en het gehele gebouw wordt centraal verwarmd door middel van een oliestookinstallatie.
Van deze verwarming van het pensiongebouw profiteren ook de bewoners van de daarop aangesloten huisjes. De drie, die verbonden zijn aan het tehuis en die nagenoeg zijn verrezen op de plek waar vroeger de stallen waren (in latere jaren de brandweergarage) komen tegen half maart klaar voor bewoning. Eén daarvan is al toegewezen, de andere twee wachten nog op liefhebbers. Maar die zullen er zeker wel zijn.
De indeling van de huisjes is in grote lijnen gelijk; een halletje, toilet met waterspoeling, kamer, slaapkamer, keukentje, douche en wasgelegenheid (ook vaste wastafel) bergruimte en kasten. Met dit verschil, dat in de twee geheel vrijstaande blokjes de scheiding tussen kamer en keuken is uitgevoerd in de vorm van een zgn. Engelse suite en dat de bewoners daarvan (deze huisjes zijn alle bezet) ook nog beschikken over een zeer behoorlijke zolderruimte.
Opvallend is de zorg, die is besteed aan het ook inderdaad goed bewoonbaar maken, zowel van tehuis als de woninkjes, door verschillende, veelal kleine doch niettemin praktische voorzieningen.

VOORLOPIG EIGEN BEHEER

Het beheer en de exploitatie van dit bejaardencentrum en al datgene wat daarmede samenhangt, komen niet onder maatschappelijk hulpbetoon. Het is de bedoeling, dat deze zaken voorlopig eerst onder het gemeentebestuur ressorteren en t.z.t. worden overgedragen aan een in het leven te roepen stichting. Het bejaardencentrum, dat de naam ” ’t Golden Hamrik” heeft gekregen, zal namelijk een ander karakter hebben dan het oude verzorgingshuis, dat trouwens wel zal blijven voortbestaan, althands in elk geval de eerstkomende jaren.
De te betalen jaarlijkse pensionprijs voor het bejaardentehuis waarin volledig verzorging zal worden genoten, is nog niet precies vastgelegd. Het ligt in de bedoeling voor hen, die graag daarin willen worden opgenomen en dat ook kunnen (in principe alleenstaanden), maar voor wie de prijs een bezwaar zal zijn, toch een oplossing te vinden. De huur voor de woningen is f 12,50 per week. Daarbij is dan inbegrepen de centrale verwarming en het vrije gebruik van elektriciteit en van water. voor het – elektrisch – koken zijn een 2-pits komfoor en pannen beschikbaar.
Het gemeentebestuur streeft er naar rondom ’t centrum ruimte te krijgen voor de bouw van zo nodig en zo mogelijk nog een aantal bejaardenwoningen. Het koestert tevens het voornemen dit centrum te doen staan in een passende aanleg van gazons, heesters en bomen. In dit kader werd onlangs reeds een belendende, oude woning aangekocht. Deze week viel nog een raadsbesluit tot aankoop van twee andere, bouwvallige percelen nabij ” ’t Golden Hamrik”.